VGS

Het kan wel beter

Helemaal tevreden is de VGS echter niet: in het basisonderwijs is van verdere daling van pestgedrag geen sprake. Net als in 2016 geeft nog altijd 10 procent van de kinderen aan één keer of vaker per maand te worden gepest. In het voortgezet onderwijs gaat het gelukkig wél de goede kant op: nog slechts 5 procent van de leerlingen is slachtoffer van pestgedrag, tegen 8 procent in 2016. Voor de VGS is ieder kind dat zich niet veilig voelt, er één te veel. We sluiten ons dan ook aan bij de oproep van de minister om meer bekendheid te geven aan een vertrouwenspersoon binnen de school. In het verder terugdringen van pestgedrag ziet de VGS een belangrijke rol weggelegd voor de coördinator sociale veiligheid, die sinds 2015 ook wettelijk verplicht is met de komst van de Wet sociale veiligheid. Voor een goede rolverdeling tussen de coördinator sociale veiligheid, vertrouwenspersoon en contactpersoon raden we u aan gebruik te maken van de taakprofielen die de VGS hiervoor ontwikkeld heeft. Hier leest u daar meer over, en u kunt ze opvragen bij Tineke Mulder.

Methode tegen pesten

In de Tweede Kamer gaan geluiden op om scholen te verplichten bewezen effectieve methodes tegen pesten toe te passen. De VGS is tevreden dat minister Slob scholen daar in het kader van de vrijheid van onderwijs niet aan wil binden. Die lijn bevestigde hij op 4 september nog eens in een Kamerdebat over sociale veiligheid. Hier kunt u het debat terugkijken. Eerder pleitte de VGS er al voor dat scholen zelf kunnen bepalen welke methodieken tegen pesten worden en ingezet en hoe ze de sociale veiligheid van leerlingen monitoren. Bovendien is het belangrijk om als school een Bijbelse visie op sociale veiligheid te ontwikkelen. Daartoe zijn eerder handreikingen verschenen, die momenteel door VGS worden geactualiseerd, mede vanwege de huidige genderontwikkelingen. In dit bericht leest u daar meer over. Het is de bedoeling om de nieuwe brochure sociale veiligheid begin volgend jaar uit te brengen.