Rechtsvermoeden van werknemerschap
Het kabinet wil beginnen met het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief vanuit de Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Dit houdt in dat een zelfstandige wordt verondersteld werknemer te zijn wanneer deze minder dan 36 euro per uur verdient. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om te bewijzen dat dat niet het geval is. Als uit de beoordeling blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan krijgt de zzp’er dezelfde rechten als een werknemer. De opdrachtgever is in dat geval ook verplicht om premies en belastingen af te dragen.
Sociale zekerheid
Volgens het akkoord moet de WW verkort worden naar één jaar en moet deze in het begin hoger worden. Ook stelt het akkoord dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel meer activerend en uitvoerbaarder moet worden en meer rekening moet houden met de menselijke maat. Onderdeel hiervan is dat de IVA verdwijnt. Het voornemen is daarnaast om de verhoging van de AOW-leeftijd direct te koppelen aan een stijgende levensverwachting.
Hervorming transitievergoeding
Tevens wil het kabinet de nodige veranderingen doorvoeren met betrekking tot de transitievergoeding. Zo kunnen mogelijk omscholing, re-integratie of bijscholing in de toekomst in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Ook wil men de compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte afschaffen voor alle werkgevers.
Aanbevelingen SER
Het kabinet wil vrijwel volledig gehoor gevan aan de aanbevelingen van de Sociaal-Economische Raad (SER). Dit houdt onder andere in: implementatie van het akkoord ‘Gezond naar het pension’ en het Pensioenakkoord, het verhogen van de arbeidsproductiviteit, het verbeteren van de positie van internationale arbeidskrachten en het verminderen van de vraag naar laagbetaalde arbeid. Het advies met betrekking tot internationale arbeidskrachten is: minder waar het kan, beter waar het moet.
Relevantie voor de werkgever in het onderwijs
Voor werkgevers in het onderwijs brengen deze voornemens zowel aandachtspunten als kansen met zich mee. Het rechtsvermoeden van werknemerschap raakt direct aan de inzet van zzp’ers, bijvoorbeeld bij invalkrachten of specialistische ondersteuning. De hervorming van de transitievergoeding en wijzigingen in de sociale zekerheid kunnen gevolgen hebben voor langdurig verzuim en duurzame inzetbaarheid. Tegelijkertijd sluiten de SER-aanbevelingen nauw aan bij de uitdagingen waar onderwijsinstellingen dagelijks voor staan. Het coalitieakkoord vraagt om voorbereiding, maar men dient er rekening mee te houden dat het slechts gaat om plannen voor de lange termijn die daarnaast nog van de baan geschoven kunnen worden. Het staat vast dat het akkoord ruimte biedt om het personeelsbeleid in het onderwijs strategisch te versterken en te bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin goed werkgeverschap centraal staat.
Personeelsbeleid strategisch versterken?
Neem contact op met onze HRM’ers.