De Onderwijsraad constateert dat beleid en wetsvoorstellen steeds vaker neigen naar het verplicht toepassen van een beperkt aantal methodes, vaak gepresenteerd als “evidence-based” of “evidence informed” werken, oftewel: het gebruik van (wetenschappelijk) onderzoek in de onderwijspraktijk. Volgens de raad reduceren zulke smalle definities onderwijs tot een technisch proces, negeren ze de complexiteit van pedagogisch handelen en beperken ze de professionele ruimte van leraren. Dat brengt risico’s met zich mee voor de onderwijskwaliteit, waaronder inperking van professionele ruimte van schoolteams en vermindert sensitiviteit voor de contextualiteit, complexiteit en normatieve aspecten van de onderwijspraktijk., aldus de raad. In plaats daarvan vraagt goed onderwijs om leraren die onderzoekskundige inzichten kunnen interpreteren en vertalen naar hun eigen context.
Professionele ruimte en onderzoeksgeletterdheid
Het advies onderstreept dat het vertrouwen in de professionaliteit van leraren en goede methodes cruciaal is. Dat bepleitten we eerder in een opinieartikel in het RD. Leraren moeten niet alleen beschikken over goede methodes, maar ook over tijd, ruimte en scholing om die methodes kritisch en passend toe te passen. Het gaat om een cultuur van leren van onderzoek, waarin kennisbronnen worden gewogen en vertaald naar de eigen schoolpraktijk.
Deze boodschap sluit volledig aan bij eerdere uitspraken van VGS. Samen met andere profielorganisaties benadrukten wij al dat goed onderwijs meer vraagt dan het mechanisch toepassen van methodes — kennis moet altijd gepaard gaan met professionele afweging en pedagogisch inzicht. Daarmee moeten we het begrip evidence-informed onderwijs dus niet beperkt opvatten, maar ruim interpreteren. Matthijs van den Berg (directeur kennis bij de Onderwijsinspectie) vatte het zo samen in een artikel op didactiefonline.nl: “Evidence-informed werken betekent dus eigenlijk niets meer dan – naast je eigen kennis en ervaring – gebruik maken van kennis en ervaring die elders en eerder opgedaan is.”
Vrijheid van lesinhoud
De raad doet met dit advies onzes inziens recht aan de inrichtingsvrijheid die artikel 23 van de Grondwet waarborgt. De onderwijssector is zelf aan zet om onderwijs vorm te geven overeenkomstig de eigen overtuiging en pedagogische opvattingen. Daar hoort uiteraard ook bij dat het veld zijn verantwoordelijkheid neemt en geïnformeerd handelt.
Weten waar wij voor staan? Bekijk dit filmpje over lesinhoud.