Met dit wetsvoorstel (zie onderaan dit bericht voor een uitgebreide samenvatting) worden extra eisen gesteld aan besturen en intern toezicht van scholen.
De eisen gaan onder andere:
- over de vraag of zij genoeg weten en kunnen om hun vak te kunnen uitvoeren;
- over maximale termijnen voor bestuurders en intern toezichthouders (8 jaar voor toezichthouders);
- over (on)verenigbare nevenwerkzaamheden.
Ook de VO-raad werkt momenteel aan een reactie op de consultatie. Eerder stuurde de VO-raad, samen met o.a. de PO Raad al een brief aan de demissionair staatssecretaris om bezwaren bij het wetsvoorstel kenbaar te maken.
Wij zijn benieuwd naar:
- Wat u van dit wetsvoorstel vindt: is het nuttig en nodig? Voegt het iets toe?
- Hoe dit wetsvoorstel uw functioneren als bestuurder of toezichthouder raakt.
- Welke consequenties dit wetsvoorstel kan hebben voor bijv. vrijwillige bestuurders en toezichthouders en voor besturen van kleine verenigingen en stichting.
- Of dit wetsvoorstel aspecten bevat die specifiek van belang zijn voor christelijk-reformatorische scholen.
Uw reactie ontvangen we liefst voor 16 maart via k.degroot@vgs.nl.
Verkenning naar inrichting stelsel
Op verzoek van de Eerste Kamer buigt de Onderwijsraad zich ondertussen in een verkenning over de vraag: Welke inrichting van het stelsel van primair, voortgezet en vervolgonderwijs waarborgt goed onderwijs voor iedereen?
Deelvragen zijn:
- Welke problemen in en rond het onderwijs komen (mede) voort uit hoe ons onderwijsstelsel is ingericht?
- Wat zijn mogelijke oplossingen voor deze problemen?
- Wat vraagt dit van wie?
Deze verkenning verschijnt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027.
Bij de voorbereiding van deze verkenning nodigt de raad iedereen uit om mee te denken. Schriftelijke bijdragen met ervaringen, voorbeelden, analyses en suggesties over de inrichting van het onderwijsstelsel zijn van harte welkom. De Onderwijsraad gebruikt de informatie om tot een brede verkenning te komen.
Op deze uitnodiging van de raad gaan VGS en VBSO graag in. Voordat wij reageren, vragen we u om met ons mee te denken over bovenstaande vragen.
Uw reactie ontvangen we liefst voor 16 maart via k.degroot@vgs.nl.
Samenvatting maatregelen concept Wetsvoorstel Bevordering bestuurlijke kwaliteit en integriteit funderend onderwijs
Het voorstel valt uiteen in drie categorieën maatregelen, van toepassing op zowel PO, VO als GO:
- Geschiktheidseisen bestuur en toezicht
Zie de tekst van de bepaling hieronder: algemene eisen aan kennis en vaardigheden van bestuurders en toezichthouders.
- Rolinvulling, benoeming, evaluatie functioneren en toezichtskader
- Voor bestuurders en toezichthouders geldt een maximale benoemingstermijn van 4 jaar
- Voor toezichthouders geldt: maximaal één herbenoeming
- Voor bestuurders geldt: het maximum aantal herbenoemingen moet statutair worden vastgelegd
- Jaarlijks moet het intern toezicht een professionaliseringsgesprek voeren met de bestuurder
- Het intern toezicht moet werken met een toezichtskader
- Het intern toezicht moet jaarlijks een zelfevaluatie doen
- Integriteit en onafhankelijkheid
- Voor bestuurders en toezichthouders een VOG verplicht
- Voor bestuurders en toezichthouders een verplichte VOB geïntroduceerd. Verklaring omtrent benoeming. De inspectie kan bij vastgesteld wanbeheer besluiten dat een daarvoor verantwoordelijke bestuurder/toezichthouder voor 5 jaar niet meer benoembaar is.
- Bepalingen uit de Code over nevenwerkzaamheden worden ook in de wet vastgelegd. Alle relevante verenigbare nevenwerkzaamheden moeten worden gemeld bij het intern toezicht, en worden gepubliceerd.
Geschiktheidseisen bestuur en toezicht:
2. Onder zorg voor een goed bestuurde school als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan de zorg voor een zodanige samenstelling van het bestuur dat dit ten minste beschikt over de, mede gelet op de omstandigheden van de school of de scholen die het bevoegd gezag in stand houdt, benodigde kennis en vaardigheden ten aanzien van:
- het inrichten en uitvoeren van een stelsel van kwaliteitszorg en het bevorderen van een cultuur waarin het personeel zich in gezamenlijkheid richt op het bewaken, evalueren en verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs;
- het inrichten en uitvoeren van een integere en beheerste bedrijfsvoering, in ieder geval met betrekking tot het personeelsbeleid, het financiële beheer en risicobeheersing; en
- het nemen van beslissingen op basis van een zorgvuldige afweging van de daarbij betrokken belangen, waaronder het maatschappelijk belang, het belang van het bevoegd gezag, de aan hem verbonden scholen, de belangen van het personeel en de belangen van de leerlingen en hun ouders.
3. Tevens wordt onder de zorg voor een goed bestuurde school verstaan de zorg voor een zodanige samenstelling van het intern toezicht dat het beschikt over de voor het deugdelijk vervullen van de taken, genoemd in artikel 17c, eerste lid, benodigde kennis en vaardigheden, waaronder kennis ten aanzien van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, genoemde onderwerpen.