VGS

Op 21 maart heeft minister Slob van OCW daarover gerapporteerd aan de Tweede Kamer. Ook heeft minister Dekker (verantwoordelijk voor de uitvoering van de AVG) op 1 april de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie van de AVG in heel Nederland.

Scholen goed op weg

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek van OCW zijn de volgende:

  • Beleid: een grote meerderheid van de schoolbesturen geeft aan goed op weg te zijn met de implementatie van privacy-beleid: in het PO is dat 75 %, in het VO 84 %. Slechts 1 % van de PO-scholen is nog niet gestart (in het VO is dat 0 %). Er zijn geen aanwijzingen dat, op basis van het aantal leerlingen, grote(re) schoolbesturen structureel verder zijn met de implementatie van het privacy-beleid.
  • FG: één op de drie schoolbesturen in het po heeft nog geen functionaris gegevensbescherming (FG) aangewezen. In het VO is dat bij één op de tien het geval. Dit is een wettelijk voorschrift in de AVG.
  • Communicatie: beleid maken is één, maar beleid communiceren met het onderwijzend personeel is twee. Uit het onderzoek blijkt dat docenten wel meer behoefte aan informatie hebben over hun verantwoordelijkheden. Gebleken is dat de informatie-uitwisseling tussen beleidsbepalers en coördinatoren enerzijds en onderwijzend personeel anderzijds nog niet goed loopt.
  • Beeldmateriaal: bijna alle PO-scholen geven aan dat er op hun scholen toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van beeldmateriaal van leerlingen. In het VO heeft 89% dit geregeld, 10% is hier nog mee bezig.

Kortom, de bescherming van persoonsgegevens heeft steeds meer de aandacht en de basis is redelijk op orde, maar geconcludeerd wordt dat verbetering nog wel nodig is. Daarvoor worden enkele aanbevelingen gedaan.

Invoering kost tijd en energie

Ook uit de inventarisatie van minister Dekker blijkt dat in Nederland sowieso een sterke behoefte bestaat aan voorlichting en uitleg over de AVG. Hij benadrukt dat er meer ruimte is voor het maken van eigen afwegingen dan verondersteld wordt. Zo hoef je niet steeds toestemming voor het maken van foto’s te vragen, maar mag je dit ook eens in de zoveel tijd doen om de administratieve lasten te beperken. Dekker: ‘Uit de inventarisatie blijkt ook dat de komst van de AVG tot veel aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens heeft geleid. Ik juich dit toe. Verder wijs ik er graag op dat het hier nieuwe wetgeving betreft waarvan de invoering nu eenmaal tijd en energie kost en waaraan men nog verder moet wennen.’  Uiterlijk 25 mei 2020 komt minister Dekker met de definitieve resultaten van de evaluatie van de nieuwe AVG.

Digitaliseringsagenda onderwijssector

Met zijn brief van 21 maart over privacy in het onderwijs lanceerde minister Slob ook de digitaliseringsagenda PO en VO. Deze agenda met speerpunten, ambities en activiteiten moet de komende jaren richting geven aan de samenwerking tussen schoolbesturen, onderwijsorganisaties, overheid en bedrijfsleven als het gaat om digitalisering in het onderwijs. Het is de bedoeling dat besturen en scholen hiervan uiteindelijk hun voordeel mee kunnen doen. In de brief wijst hij ook op het invoeren van een pseudoniem voor leerling gegevens (zie daarover dit bericht).

Kortom: voortgang nodig

Beide bewindslieden zijn over het algemeen wel tevreden met hoe de bescherming van persoonsgegevens wordt opgepakt door het onderwijs en andere sectoren. Er is begrip voor het feit dat dit tijd en energie vergt, maar: er is wel voortgang nodig. Gelet op de digitaliseringsagenda en de komende evaluatie van de nieuwe AVG is de verwachting dat de noodzaak om te voldoen aan de AVG zal toenemen, zeker ook voor het onderwijs waar veel persoonsgegevens in omgaan. Dat onderstreept bijvoorbeeld ook het belang om als scholen een FG-er aan te stellen (zie ook dit bericht) en het privacy-beleid verder op orde te maken.

Neem voor vragen of advies contact op met Tineke Mulder.