Ons Nederlandse onderwijssysteem is uniek. Toen in 1917 de schoolstrijd eindigde, kreeg het christelijk onderwijs vanuit de overheid dezelfde financiële steun als het openbaar onderwijs. En sindsdien heeft men het recht om een eigen school te starten. Als het echter aan liberale denkers ligt, dan wordt de ruimte hiervoor flink toegeschroefd.

Jan Kloosterman, bestuurder bij Driestar educatief, en Jan-Willem de Leeuw, bestuurder van de VGS, zien een verschuiving in de samenleving. ‘De discussie over artikel 23 gaat een spade dieper dan de onderwijsvrijheid. Het gaat over de ruimte voor diversiteit. Een groot deel van de bevolking vindt het niet wenselijk om kinderen vanuit een bepaalde godsdienst op te voeden. Vooral de claim dat de Bijbelse waarheid dé waarheid is, staat in schril contrast met het liberale denken,’vat Kloosterman samen.

‘Gelijkheid is men belangrijker gaan vinden dan vrijheid’, gaat De Leeuw hierop door. ‘En men is van mening dat het behoren tot een godsdienstige groep een negatieve uitwerking op het individu heeft, doordat je dan niet helemaal jezelf kunt zijn. Men gaat dan voorbij aan de waarde van het behoren bij een groep, dat steun, veiligheid en acceptatie geeft.’

Ruimte

‘Het is ingewikkeld om artikel 23 te schrappen’, vertellen beide bestuurders. ‘Dat is een zware procedure. Wat waarschijnlijker is, is dat de ruimte steeds kleiner wordt door wet- en regelgeving.’

‘Concreet kun je dan denken aan acceptatieplicht voor leerlingen’, geeft De Leeuw als voorbeeld. Kloosterman vult aan: ‘Of dat de overheid lesmethodes op gaat leggen ofbepaalt dat er gastdocenten moeten komen om bepaalde lessen te geven, en wie dat dan zijn. Daarom moeten we werk blijven maken van de doordenking van Bijbels onderwijs, in elk vak en als basis onder heel onze pedagogiek.’ ‘De VGS heeft op dit terrein twee belangrijke taken’, legt De Leeuw uit. ‘Richting onze achterban duiden we aan wat er aan de hand is en we laten onze stem horen in Den Haag.’

Diversiteit

‘In de discussie over artikel 23 is men vooral bevreesd dat dit een vrijbrief wordt om allerlei vreemde denkbeelden over te dragen’, vertelt de bestuurder van Driestar educatief. ‘Men betoogt soms ook dat onderwijs op godsdienstige grondslag een belemmering voor de integratie is. Dit is onterecht. Je moet eerst weten waar je zelf staat, voordat je met verschil van inzicht kunt omgaan. De diversiteit moeten we niet bestrijden, maar we moeten er juist op af gaan. En dat vinden we nogal eens ingewikkeld. In  eigen kring vinden we het soms al moeilijk om met verschillen om te gaan. En zo vinden niet-christenen het óók lastig om zich ons wereldbeeld voor te stellen. We moeten meer
dan ooit het gesprek met de mensen om ons heen aangaan. Bereid zijn tot luisteren.’

‘Bereid zijn tot luisteren is ook belangrijk in eigen kring’, vult de VGS-bestuurder aan. In het boek Homo in de biblebelt staan verhalen van mensen die in hun worsteling rondom een Bijbelse visie op homoseksualiteit mensen tegenkwamen die gewoon naar ze luisterden. Dat gun ik iedere jongere. Heb ook oog voor afhakers op onze eigen scholen. Ze hebben het zo nodig dat we naar hen luisteren, authentiek zijn en door hun gedrag heen kijken.’

Open hart

Beide mannen weten zelf hoe lastig het is om met mensen in gesprek te gaan die totaal anders denken. ‘Het gaat nogal eens over de rechten van het kind tegenover de rechten van de ouders’, is De Leeuws ervaring. ‘Men vindt dat het kind volledig zichzelf moet kunnen zijn, zeker vanaf twaalf jaar. Kinderen moet je allerlei godsdienstige overtuigingen bijbrengen en het kind maakt dan zelf een
keuze. Dat strijdt met de doopbelofte om onze kinderen op te voeden in de lering en vermaning des Heeren.’

‘Ik had eens een gesprek met een vrouw over hoe wij denken over homoseksualiteit’, vult
Kloosterman aan. ‘Ze was geïnteresseerd en bereid tot luisteren. Een ideale situatie dus.
Toch voel je op zdn moment dat de kloof in taal en in denken immens is. Het lukte nog om de boodschap in hedendaagse taal over te brengen, maar de afstand in denken bleef net zo groot. Hierin verstonden we elkaar niet. In deze maatschappij leven onze leerlingen. Het is de taak van onderwijzers om leerlingen daarop voor te bereiden en hen te begeleiden. En de taak van het management is om docenten toe te rusten om deze taak te kunnen volbrengen. Iets wat we makkelijk kunnen onderschatten.’

‘In het gesprek met andersdenkenden heeft het mij heel erg geholpen om de ander te zien als een mens die naar Gods beeld geschapen is’, gaat Kloosterman verder. ‘De ander heeft ook een ziel. Dit daadwerkelijk te voelen, heeft mij geholpen om het gesprek aan te gaan. Bij Driestar educatief spreken we wekelijks mensen die niet tot onze achterban behoren. Dan ervaren we weleens allebei dat het beeld dat we van de ander hebben in werkelijkheid genuanceerder ligt. Dan zijn we het vaak nog met elkaar oneens, maar we spreken elkaar wel en dat is waardevol. Maak contact met de mensen om je heen. Laagdrempelig en met een open hart.’ ‘In gesprekken zoek ik de kern op’, vertelt De Leeuw. Waar zijn we het over eens en waarover niet? Dat laatste is vaak de totale gelijkheid van iedereen. Dat blijft het lastige punt.’

Afhankelijk

‘De ervaring dat deze gesprekken lastig zijn, gun ik iedereen’, benadrukt Kloosterman. ‘.Als je zelf ervaren hebt hoe moeilijk het soms is om Bijbelse waarheden over te dragen, dan bepaalt dat ook hoe je hier met leerlingen over praat. Het maakt je afhankelijk, omdat je het zelf niet weet. Onderwijzers hebben daarom het huiswerk om schurende gesprekken op te zoeken. We hebben daarbij fierheid en bescheidenheid nodig. Fierheid, omdat we een Bijbelse boodschap hebben. En
bescheidenheid, omdat we zelf de wijsheid niet in pacht hebben. Alle generaties moeten opnieuw doormaken hoe ze omgaan met de Bijbelse boodschap in hun tijd.’

‘Bidden is het belangrijkste’, sluit De Leeuw af. ‘.Als het vanuit onszelf moet komen, wordt het niks. En: de individualisering heeft ook een keerzijde, merkt men. In een onderwijsrapport komt naar voren dat het onderwijs meer moet aansluiten bij de waarde van gemeenschapszin en godsdienst. We kunnen aansluiten bij dat tegengeluid. Daar zijn wij het al eeuwen mee eens.’

Dit artikel is met veel dank overgenomen van DRS magazine nummer 3 2026