Meer ruimte voor maatwerk kan helpen om onderwijsuitval te voorkomen. Tegelijkertijd zijn duidelijke waarborgen nodig om te voorkomen dat maatwerk onbedoeld leidt tot een situatie waarin jeugdigen steeds verder van het onderwijs af komen te staan.
Dat schrijven Berséba, RefSVO, VGS en VBSO in hun gezamenlijke reactie op het wetsvoorstel Wet maatwerk in het funderend onderwijs.
Het wetsvoorstel geeft scholen en samenwerkingsverbanden meer mogelijkheden om maatwerk te bieden aan jeugdigen die door lichamelijke of psychische oorzaken dreigen uit te vallen of al zijn uitgevallen. Zo komt er meer ruimte om af te wijken van de onderwijstijd en het reguliere onderwijsprogramma en om onderwijs op alternatieve locaties te verzorgen. Ook kunnen samenwerkingsverbanden een deel van hun middelen inzetten op het grensvlak van onderwijs en zorg en voor jeugdigen die tijdelijk niet zijn ingeschreven bij een school.
De organisaties staan in beginsel positief tegenover deze ontwikkeling. Tegelijkertijd wijzen zij erop dat binnen de huidige regelgeving al veel mogelijk is. Zij vragen daarom om duidelijk te maken welke concrete knelpunten met de nieuwe wet worden opgelost.
Een belangrijk aandachtspunt is het risico dat onderwijs op alternatieve locaties, bijvoorbeeld thuis, een structureel alternatief voor school wordt. „Zo veel mogelijk onderwijs, zo dicht mogelijk bij de school, met zo weinig mogelijk afwijking van het reguliere onderwijsprogramma en zo kort als noodzakelijk” zou volgens de organisaties het uitgangspunt moeten zijn.
Ook bij niet-ingeschreven jeugdigen is een duidelijk perspectief nodig. Het maatwerk moet volgens de organisaties daadwerkelijk toewerken naar inschrijving en deelname aan onderwijs. In het maatwerkplan zou daarom duidelijk moeten worden beschreven welk perspectief op inschrijving er is, welke stappen daarvoor nodig zijn en binnen welke termijn deze worden gezet.
Daarnaast plaatsen de organisaties vraagtekens bij de mogelijkheid om maximaal 2,5 procent van het ondersteuningsbudget in te zetten op het grensvlak van onderwijs en zorg. Zij onderschrijven het belang van samenwerking tussen beide domeinen, maar vinden dat moet worden voorkomen dat onderwijsmiddelen structureel worden ingezet voor voorzieningen die primair tot de verantwoordelijkheid van de jeugdzorg behoren. Onderwijs en zorg zouden hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid moeten dragen.
Tot slot vragen de organisaties aandacht voor de balans tussen de extra ruimte die de wet biedt en de voorwaarden die daaraan worden verbonden. Die voorwaarden moeten volgens hen voldoende ruimte laten voor scholen om vanuit hun eigen pedagogische, onderwijskundige en levensbeschouwelijke verantwoordelijkheid maatwerk vorm te geven. Ook moet worden voorkomen dat de nieuwe voorwaarden leiden tot onnodig beperkend toezicht.
De kern van de reactie is: meer ruimte voor maatwerk is welkom, zolang maatwerk daadwerkelijk bijdraagt aan meer onderwijsdeelname en minder uitval. Maatwerk mag geen nieuwe route worden naar langdurig verblijf buiten het onderwijs.