Zo’n 2.500 tot 3.000 kinderen in Nederland krijgen thuisonderwijs. Dat is geen eenvoudige keuze. Naast dat het geven van thuisonderwijs veel vraagt van ouders, is er de laatste tijd steeds meer discussie over thuisonderwijs in de politiek en het publieke debat. In deze aflevering verdiepen we ons in de wereld van het thuisonderwijs. Waarom kiezen ouders, ondanks de praktische uitdagingen en de toenemende politieke druk vanuit Den Haag, ervoor om hun kinderen thuisonderwijs te geven? Waarom gaan deze kinderen niet naar een reguliere school? Waarom beschouwt de overheid thuisonderwijs als een punt van zorg? Wie zijn de mensen die bewust voor deze vorm van onderwijs kiezen?
Over deze vragen gaan we in gesprek met Daan Lensink. Hij is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs en geeft ook zelf thuisonderwijs. Daarnaast schuiven Kees de Groot, belangenbehartiger namens VGS en presentator Maarten Grootenboer aan.
Hoe kijken VGS en VBSO naar thuisonderwijs?
VGS en VBSO vinden dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor opvoeding van en onderwijs aan hun kinderen. Ouders die reële en zwaarwegende gewetensbezwaren hebben tegen de religie of levensbeschouwing die uitgangspunt is op alle scholen in hun nabijheid, én die kunnen laten zien dat zij op een verantwoorde wijze thuisonderwijs geven, moeten de mogelijkheid van vrijstelling kunnen behouden.
Tegelijkertijd moet dat wel een uitzondering blijven. Als koepelorganisaties van scholen in het funderend onderwijs vinden wij het in het algemeen wenselijk dat kinderen naar school gaan.