Gerichte bekostiging moet niet sluipenderwijs een steeds breder sturingsinstrument worden.
Dat betogen de gezamenlijke profielorganisaties, waaronder VGS en VBSO, in een reactie op het wetsvoorstel Gerichte bekostiging. Die hebben we gedeeld met enkele partijen in de Tweede Kamer. Die kon tot en met donderdag 17 september vragen stellen aan het kabinet over genoemd wetsvoorstel.
Doel van de nieuwe wet is om het mogelijk te maken dat er naast de gewone bekostiging ook meer langdurige subsidiestromen komen waaraan ook verplichtingen qua besteding kunnen worden verbonden.
Het wetsvoorstel werd in februari 2025 door het ministerie van OCW aangeboden voor internetconsultatie. Als profielorganisaties hebben we er destijds al voor gewaarschuwd dat de wet in strijd lijkt met de vrijheid van onderwijs: de politiek krijgt namelijk grotere zeggenschap over waar schoolbesturen hun geld aan moeten besteden.
Beter begrensd
Vlak voor de zomervakantie heeft het kabinet het wetsvoorstel ingediend bij de Kamer (zie ons bericht daarover). Mede naar aanleiding van kritiek van de Raad van State en ons als profielorganisaties zijn de tekst en de toelichting daarop aangepast. In de wet staat onder meer:
- Gerichte bekostiging is structureel en blijvend. De verplichtingen die bij die gerichte bekostiging horen, zijn echter tijdelijk, voor de duur van 5 tot maximaal 10 jaar.
- De verplichtingen die kunnen worden verbonden aan gerichte bekostiging, zijn in de wet ingekaderd: die moeten in principe betrekking hebben op (a) basisvaardigheden, (b) kansengelijkheid of (c) lerarentekort. Wel is mogelijk dat er bij AMvB (besluit van de regering) categorieën worden toegevoegd.
In onze reactie op het uiteindelijke wetsvoorstel stellen we als profielorganisaties kritische kanttekeningen bij de reikwijdte van de gerichte bekostiging. ‘Het voorstel is beter begrensd: basisvaardigheden, gelijke kansen en bekwaamheid en beschikbaarheid van personeel worden nu expliciet genoemd’, constateren we. ‘Tegelijkertijd kunnen bij AMvB nieuwe onderwerpen worden toegevoegd binnen de brede begrippen kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid en bij niet nader geclausuleerde maar open geformuleerde spoedeisende gevallen waarbij sprake is van een dringend maatschappelijk belang.’
Daarmee blijft de mogelijkheid bestaan dat het instrument in de toekomst voor steeds meer onderwerpen wordt gebruikt. De Raad van State signaleerde dat ook al. ‘De Afdeling constateert een ontwikkeling van bestedingsvrijheid naar meer centrale sturing en waarschuwt dat daarmee geleidelijk van de ontwerpprincipes van het stelsel kan worden afgeweken. De vraag is daarom niet alleen hoeveel geld via gerichte bekostiging wordt verstrekt, maar vooral welke onderdelen van de reguliere onderwijsopdracht langs deze weg onder afzonderlijke landelijke sturing worden gebracht.’
In de vragen die we aan de Kamer hebben meegegeven over de wet, dringen we erop aan te voorkomen dat gerichte bekostiging geleidelijk de standaard wordt voor structurele nieuwe investeringen in het onderwijs.
Gedragsverandering
Onze zorgen over de impact van de wet op de vrijheid van onderwijs zijn ook nog niet weg. In de toelichting op het wetsvoorstel staat dat tijdelijke verplichtingen bedoeld kunnen zijn om een gedragsverandering teweeg te brengen die vervolgens onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk van de school. ‘Daarmee raakt gerichte bekostiging potentieel rechtstreeks aan de pedagogische, professionele en organisatorische autonomie. Dit betreft de grondwettelijke vrijheid van inrichting die aan zowel openbare als bijzondere scholen toekomt.’