10 oktober 2018

Uitgebreide reactie wet Meer Ruimte Nieuwe Scholen

Administratiekantoor, VGS, Reformatorisch onderwijs, Onderwijs, ProActive

Na een lange voorbereidingsperiode is het wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen door minister Slob bij de Tweede Kamer ingediend. Het richtingbegrip blijft in de onderwijswetgeving gehandhaafd. Bij de procedure om een nieuwe school te stichten vervalt echter het vereiste dat de school alleen gesticht kan worden op basis van een erkende richting.

Stichtingsprocedure wijzigt
De bedoeling van het wetsvoorstel is om het scholenbestand beter aan te laten sluiten op de wensen van ouders. Niet zozeer om het aantal scholen in Nederland te vergroten. Minister Slob geeft aan dat de huidige prognosesystematiek geen rekening houdt met de specifieke kenmerken van een school. De belangstelling voor een nieuwe school wordt gemeten aan de hand van de belangstelling voor dat soort onderwijs in de desbetreffende gemeente of in een vergelijkbare gemeente. Daarbij speelt ook de richting van de school een belangrijke rol. In de toekomst zullen ouders, die een nieuwe school willen starten, aan de hand van ouderverklaringen of een marktonderzoek moeten aantonen dat er voldoende belangstelling is voor de nieuw op te richten school.

Richtingbegrip
Daarbij komt dat het richtingbegrip bij de start van een nieuwe school niet meer van belang is. Op dit moment kan een bijzondere school alleen gestart worden op basis van een erkende richting. In de loop van de jaren is er een groot aantal richtingen erkend, zoals rooms-katholiek, protestants, algemeen bijzonder, reformatorisch, enzovoorts. In de praktijk blijkt dat deze systematiek het moeilijk maakt voor initiatiefnemers, die een school willen stichten die niet van een erkende richting uitgaat of gebaseerd is op een modaliteit binnen een bepaalde bestaande richting. In de nieuwe systematiek blijft het mogelijk om een school te starten op grond van een geloofsovertuiging. Er komt ook meer ruimte voor het starten van een school op grond van een onderwijsconcept, zoals een Daltonschool.

Plaatsruimte
Evenals in de huidige systematiek moet een school een aantal jaren na de start de stichtingsnorm hebben gehaald. Deze stichtingsnorm (minimaal 200 leerlingen) wordt niet verlaagd. Wel wordt de periode om aan het benodigde aantal leerlingen te komen verlengd van 5 naar 8 jaar. Daarbij mogen ook leerlingen meegeteld worden, die momenteel al een andere basisschool bezoeken, maar waarvan de ouders een voorkeur hebben voor de nieuw op te richten school. Het vereiste dat bij het aantonen van de belangstelling voor de nieuwe school geen leerlingen mogen meegeteld worden voor wie plaatsruimte is op één van de huidige scholen, komt te vervallen.

Uitnodigingsplicht
Wanneer ouders een nieuwe school willen starten, dienen zij eerst de besturen van de bestaande scholen in de regio uit te nodigen voor overleg. In dat overleg kunnen de initiatiefnemers hun plannen toelichten. Ook kunnen de besturen van de bestaande scholen dan in gesprek gaan met de initiatiefnemers om na te gaan of een aanpassing van het bestaande onderwijsaanbod wellicht het starten van een nieuwe school overbodig maakt. Het gesprek in de regio is dus gericht op het stimuleren van samenwerking. Wanneer de initiatiefnemers, alles afwegend, toch besluiten om een nieuwe school te starten, hebben zij daarvoor echter niet de instemming van de schoolbesturen in de regio nodig.

Kwaliteitstoets
Om de kwaliteit van de nieuwe school te borgen en wildgroei van allerlei nieuwe scholen te voorkomen, stelt de minister een kwaliteitstoets in. Op dit moment vindt er geen toetsing van de kwaliteit plaats in de besluitvorming om een nieuwe school te bekostigen. In lijn met het advies van de Onderwijsraad, die van mening is dat een kwaliteitstoets voorafgaand aan het besluit tot bekostiging van een nieuwe school proportioneel is, komt er in de nieuwe systematiek wel een kwaliteitstoets. Aan de hand van een aantal deugdelijkheidseisen wordt vooraf de te verwachten kwaliteit getoetst. Ook zal in de eerste jaren na de start van de nieuwe school getoetst worden of de school aan de verwachtingen voldoet.

Laatste school van een richting, leerlingenvervoer, samenwerkingsverbanden
Minister Slob heeft ervoor gekozen om het richtingbegrip op andere plaatsen in de wet te handhaven. Daarbij blijft voor het begrip richting de in de jurisprudentie gegeven betekenis van kracht. Onder het begrip richting wordt nog steeds verstaan een godsdienst of levensbeschouwing die is geworteld in de Nederlandse samenleving. Daarbij gaat het onder andere om de vrijstelling van de leerplicht vanwege richtingsbezwaren, het benoemings- en toelatingsbeleid, het denominatief leerlingenvervoer, de laatste school van een richting en de landelijke samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Daarin brengt dit wetsvoorstel geen veranderingen. Ook de mogelijkheid van een bijzondere school om eigen kerndoelen (substituut-kerndoelen) vast te stellen, blijft ongewijzigd.

Reactie VGS
In reactie op een eerdere versie van het wetsvoorstel, dat destijds door staatssecretaris Dekker voor internetconsultatie is aangeboden, heeft de VGS aangegeven geen noodzaak te zien voor dit wetsvoorstel. Uit eerder onderzoek door TNS/Nipo is gebleken dat er tevredenheid is bij ouders met betrekking tot de mogelijkheden van de schoolkeuze. Tegelijkertijd realiseren we ons dat in eerdere verkenningen, waarin ingegaan werd op de mogelijkheden om het stichten van een school te verruimen, varianten zijn geschetst die ten opzichte van het huidige wetsvoorstel veel minder rooskleurig waren. Daarbij kan gedacht worden aan het schrappen van uitzonderingsbepalingen voor de laatste school van een richting, de systematiek van de gemiddelde schoolgrootte om een kleinere school in stand te houden, de zorgen rondom het verminderen of afschaffen van de vergoeding voor het denominatief leerlingenvervoer en het afschaffen van de mogelijkheid om eigen kerndoelen vast te stellen. In dat licht bezien, is de VGS dankbaar dat het voorliggende wetsvoorstel geen wijzigingen aanbrengt op de genoemde terreinen.

Het is een groot goed dat de vrijheid van onderwijs in de wet is gewaarborgd. De VGS vraagt daarom aandacht voor de voorgestelde kwaliteitstoets. Deze mag er niet toe leiden dat bij de start van een nieuwe school de vrijheid van oprichting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs beperkt worden.

Regionale voorlichtingsbijeenkomsten
De VGS vindt het belangrijk u goed te informeren over dit wetsvoorstel. Daarom organiseren wij twee regionale bijeenkomsten, waarin uitgebreid zal worden ingegaan op de voorstellen van minister Slob. U bent welkom in de avond op D.V. 20 november 2018 in Apeldoorn en op 28 november 2018 in Gouda. Meer informatie over deze avonden volgt zo spoedig mogelijk.

Heeft u een vraag?

Neem dan contact op met mr. Wim Voorwinden
  w.voorwinden@vgs.nl
  0180-44 26 63
  06-42 38 15 50