VGS

Zwangerschapsverlof is het verlof dat duurt tot en met de dag waarop het laatste kind wordt geboren, bevallingsverlof begint op de eerste dag nadat het laatste kind is geboren. Dit extra verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) vloeit voort uit de Wet modernisering regeling voor verlof en arbeidstijden. De regeling is ingegaan per 1 april, maar geldt als de vermoedelijke bevallingsdatum van de kinderen op of na 9 juni 2016 valt. Is de vermoedelijke bevallingsdatum voor 26 mei 2016, dan geldt nog de oude regeling. Voor de vermoedelijke bevallingsdatum die ligt tussen 26 mei en 9 juni geldt een overgangsperiode. Het verlof kan dan ingaan per 1 april en duurt tot aan de vermoedelijke bevallingsdatum.

Het zwangerschapsverlof van een meerling kan met minimaal twee en maximaal vier weken worden verlengd, waardoor het totaal van het zwangerschapsverlof kan oplopen tot tien weken. Het uitgangspunt voor de berekening van het verlof blijft, zoals bij elk zwangerschapsverlof, de vermoedelijke bevallingsdatum. Men neemt de datum na de datum van de vermoedelijke bevalling en rekent dan in elk geval acht weken terug. Dit is de laatst mogelijke datum waarop men met zwangerschapsverlof kan gaan. Men kan hier nog twee weken bijtellen om de maximale duur van het zwangerschapsverlof te kunnen opnemen.

Het bevallingsverlof blijft bij een meerling tien weken duren. Het totaal van zwangerschaps- en bevallingsverlof bij een meerling duurt minimaal zestien weken. Aan de hand van enkele voorbeelden kunt u lezen hoeveel verlof men kan opnemen.

  • Als een vrouw tien weken zwangerschapsverlof opneemt en op de vermoedelijke bevallingdatum bevalt, heeft zij in totaal twintig weken verlof (tien weken zwangerschaps- en tien weken bevallingsverlof).
  • Als zij na drie weken zwangerschapsverlof al bevalt, heeft zij in totaal zestien weken verlof. Het zwangerschapsverlof duurt drie weken, maar dit moet minimaal zes weken duren. Daarom worden de andere drie worden aan het bevallingsverlof toegevoegd. Het bevallingsverlof duurt dan dertien weken, de minimale duur van tien weken en drie weken niet genoten zwangerschapsverlof.
  • Als de vrouw acht weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum met verlof gaat en na zes weken bevalt, is haar totale verlof zes plus tien weken bevallingsverlof is totaal zestien weken. De twee weken zwangerschapsverlof die zij niet heeft kunnen opnemen, worden dan niet aan het bevallingsverlof toegevoegd, omdat het zwangerschapsverlof al de minimale tijd van zes weken heeft geduurd.
  • Als de vrouw tien weken voor de vermoedelijke bevallingdatum met verlof gaat en een week later dan de vermoedelijke bevallingsdatum bevalt, is het totale verlof 21 weken, verdeeld over elf weken zwangerschapsverlof en (de minimale duur) van tien weken bevallingsverlof.

Voor de gehele periode dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof volgens bovengenoemde regels duurt, zal de werkgever een WAZO-uitkering van UWV ontvangen.