VGS

In de situatie die vanaf 1 april 2016 geldt, gebeurt het regelmatig dat er door bijvoorbeeld vroeggeboorte toch geen recht is op een langer zwangerschapsverlof. Vanaf 1 april 2018 gaat dit veranderen.

Vanaf 1 april 2018 duurt het zwangerschaps- en bevallingsverlof van een werknemer die een meerling verwacht minimaal 20 weken. Het zwangerschapsverlof gaat in tussen 10 en 8 weken voor de dag na de uitgerekende datum. Na de bevalling heeft de werknemer recht op minimaal 10 weken bevallingsverlof. Als de baby’s voor de uitgerekende datum geboren worden, dan worden de gemiste dagen van het zwangerschapsverlof bij het bevallingsverlof opgeteld.

Als het meerlingenverlof voor 1 april 2018 ingaat, kan het zijn dat de werknemer onder het overgangsrecht valt. Stel dat het zwangerschapsverlof op 11 december 2017 inging en de werknemer bevalt voor de vermoedelijke bevallingsdatum, dan loopt het meerlingenverlof volgens de oude regelgeving tot en met 1 april 2018. Omdat het verlof op 1 april 2018 nog doorloopt, valt deze werknemer onder het overgangsrecht. Daardoor heeft ook deze werknemer recht op 20 weken verlof. Voorwaarde voor het overgangsrecht is dus dat het meerlingenverlof een einddatum van 1 april 2018 of later heeft. Als dat zo is, heeft die werknemer ook recht op minimaal 20 weken verlof. Meer informatie over deze wijziging en het overgangsrecht vindt u op de website van het UWV.