5 juli 2017

Schoolzwemmen: duidelijke afspraken en alert handelen van levensbelang!

Administratiekantoor, VGS, Reformatorisch onderwijs, Onderwijs

Recent is er door de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak van het tijdens het schoolzwemmen verdrinken van een 9-jarig meisje. De rechtbank heeft de zwemleraren veroordeeld voor ‘dood door schuld’.

Wie is verantwoordelijk?

Volgens de rechtbank lag de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het schoolzwemmen in deze casus primair bij hen. Door een gebrek aan waakzaamheid en een gebrek aan communicatie zijn zij echter in meerdere opzichten in het toezicht houden tekortgeschoten. De dood van het meisje is volgens de rechtbank weliswaar een ongeluk, maar wel een ongeluk dat voorkomen had kunnen worden als minder op ervaring en routine was gevaren en er tussen alle toezichthouders beter was gecommuniceerd.

Met betrekking tot de leerkrachten van de school van het meisje oordeelt de rechtbank dat zij wel een fout hebben gemaakt door onvoldoende zicht te houden, maar dat er bij hen geen sprake is van schuld zoals in het strafrecht bedoeld. Dit omdat de leerkrachten niet op de hoogte waren van de protocollen, waarin staat dat zij sámen met de zwemleraren verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de zwemmende leerlingen. De rechtbank rekent het wel de school aan dat de leerkrachten hiervan niet op de hoogte waren. Als gevolg daarvan grepen de leerkrachten terug op wat zij in de praktijk gewend waren: tijdens het zwemmen nemen de zwemleraren de verantwoordelijkheid over. De leerkrachten wisten niet beter dan dat zij een ondersteunende rol hadden. Zij worden dan ook vrijgesproken.

Overigens zijn de zwemleraren inmiddels in beroep gegaan omdat in hun optiek juist de leerkrachten van de school in gebreke zijn gebleven.

Wat leren we hieruit?

Uit deze verdrietige kwestie zijn in ieder geval ook juridische lessen te trekken. De schoolleiding dient

  1. zorg te dragen voor namens school en zwembad ondertekende protocollen waarin schriftelijk de (verdeling van de) onderlinge taken en verantwoordelijkheden worden verduidelijkt en vastgelegd
  2. het betreffende personeel van de inhoud hiervan ‘blijvend’ (regelmatig) op de hoogte te stellen en
  3. de personeelsleden ook in staat te stellen dienovereenkomstig te handelen.

Meer informatie

Hiervoor kunt u gebruik maken van het protocol van de Rijksoverheid. Maar hiervoor geldt wel dat wat ook voor bijvoorbeeld een identiteitsprofiel of statuten geldt: het komt op de praktijk aan, met een papieren document kun je niet volstaan.

Zie voor achtergrondinformatie dit artikel.

Heeft u een vraag?

Neem dan contact op met mr. Jan Macdaniel MA
  j.macdaniel@vgs.nl
  0180-44 26 59
  06-13 14 79 19