Implementatie scheiding bestuur en toezicht
In het onderwijs is de Governance-discussie nauw gerelateerd aan de ontwikkelingen in het kader van deregulering en autonomievergroting. Daarbij horen immers een terugtredende overheid en meer beleidsruimte voor scholen. Met governance wordt enerzijds beoogd dat de grotere beleidsruimte ook wordt benut; anderzijds worden voorwaarden gesteld voor het weer in evenwicht brengen van taken en verantwoordelijkheden en onderlinge verhoudingen (verdeling en deling van bevoegdheden). De wettelijke verplichte scheiding tussen bestuur en toezicht is daarom een vervolg op het beleid van deregulering en autonomie vergroting. Daarmee is invoering van deze scheiding overigens dan ook gelijk meer dan een technische operatie. Het “verhangen van de bordjes” zal niet voldoende zijn, het gaat om nieuwe “rollen”. Het veranderen van de bestuursstructuur heeft ook directe invloed op de managementstructuur. Een integrale benadering is daarom een vereiste.
Opzet
De implementatie van de scheiding van bestuur en toezicht begint met doordenking. Middels themasessies en een brochure heeft VGS hier reeds de nodige ondersteuning aan gegeven. Vertaling naar de eigen bestuurspraktijk kan – juist door de grote vormvrijheid en de beperkingen in de lokale omstandigheden – echter een lastige opgave zijn. Met behulp van een discussienota of – bij een uitgebreidere variant – een rapport wordt de hele thematiek toegepast op uw bestuur, waarbij tal van aspecten meegenomen worden, zoals de managementstructuur, de rechtsvorm, de financiële (on)mogelijkheden, etc. Diverse besturen hebben inmiddels ervaren dat deze werkwijze duidelijke sturing biedt in de doordenking en besluitvorming.
Na de besluitvorming wordt met het bestuur de gekozen structuur vastgelegd in reglementen en worden waar nodig de statuten gewijzigd. Er worden – in overleg met de (G)MR – profielen voor toezichthouders en bestuurders opgesteld.
Na de formele vaststelling van deze documenten is de scheiding tussen bestuur en toezicht een feit. Dan begint het werken binnen de nieuwe structuur. Met de toezichthouders wordt een toezichtkader ontwikkeld en inhoud gegeven aan de rol als werkgever, toezichthouder en klankbord. Bestuurders – betaald of vrijwillig – worden ook ondersteund in hun nieuwe rol, waarbij ook nadrukkelijk de aandacht gericht is op de verhouding tussen bestuurder en directeur; een positie die ook wel eens door één persoon ingevuld kan worden. Informatie- en communicatiestructuren worden eveneens doorgenomen, evenals de horizontale en verticale verantwoordingsplicht.
Samen doordenken & implementeren?
Speciaal voor besturen die participeren in een bepaalde samenwerkingsvorm is een uniek implementatietraject ontwikkeld, wat zowel kostenefficiënt als bestuursspecifiek is, doordat het implementatie op locatie bij het individuele bestuur koppelt aan plenaire sessies voor de besturen gezamenlijk.
Deze trajecten zijn maatwerktrajecten, waardoor er geen tijdspad of opzet standaard wordt opgegeven.
