U bevindt zich hier: Advies » Goed bestuur in het jaarverslag

Goed bestuur in het jaarverslag

5 januari 2011  |   Jaarverslag, intern toezicht, Goed bestuur, governance

Na de afsluiting van het jaar 2010 is de tijd aangebroken om als bestuur verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid in de achterliggende periode. Hoewel verantwoording en dialoog permanente aandacht (moeten) krijgen, is het jaarverslag één van de meest zichtbare uitingen daarvan. In het jaarverslag worden het gevoerde beleid, de gemaakte keuzes en de financiële resultaten toegelicht (zie ook het artikel: ‘Jaarverslag 2011: een lust of een last’).

Sinds de aanpassingen van de richtlijnen voor het jaarverslag in 2009 is een bestuur verplicht een passage in het jaarverslag op te nemen, waarin uitgelegd wordt hoe het bestuur bestuurd heeft in het licht van de aandacht voor goed bestuur. De wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ verplicht met ingang van 1 augustus 2010 de besturen ook om zich in het jaarverslag te verantwoorden volgens welke bestuurscode zij handelen en hoe zij daar invulling aan geeft. Dat betekent dat aangegeven moet worden hoe het bestuur invulling geeft (of gaat geven) aan de verplichte scheiding van bestuur en toezicht, aan transparantie en dialoog, aan het scheppen van professionele ruimte en het bewaken van de integriteit van het bestuurlijk handelen.

De PO-raad heeft voor al haar leden een verplichte sectorcode opgesteld die verder invulling geeft aan genoemde aspecten van goed bestuur. Met betrekking tot het jaarverslag is daarin het volgende opgenomen (artikel 12, lid 2):

In het jaarverslag wordt voorts gemeld:

  • hoe de functies van bestuur en intern toezicht worden uitgeoefend, welke organen daartoe zijn ingesteld, wie deel uitmaakt van de betreffende organen, wie welke taken heeft en wat de werkwijze is;
  • in hoeverre de instelling voldoet aan de bepalingen uit deze code en de uitleg voor eventuele afwijkingen;

De VGS heeft op een aantal punten aanvullingen of wijzigingen doorgevoerd in een eigen code. Door het noemen van de VGS-code in het jaarverslag wordt voldaan aan de verplichte ‘pas toe of leg uit’-bepaling die geldt voor de code van de PO-raad. Besturen die geen lid zijn van de PO-raad, kunnen de VGS-code eveneens gebruiken als bestuurscode. Besturen die op bepaalde punten afwijken van de code goed bestuur – zowel van de PO-raad of VGS – zijn verplicht dit in het jaarverslag te beargumenteren (‘leg-uit-bepaling’).

Wanneer er reeds een scheiding van bestuur en intern toezicht functioneert, moet de toezichthouder een eigen verantwoording afleggen, die in het jaarverslag opgenomen wordt. Wanneer gekozen is voor een aparte raad van toezicht of een commissie van toezicht uit de ledenvergadering, is dit een logische gedachte. Wanneer er voor een meer gemengde bestuursvorm gekozen is, is het apart afleggen van verantwoording door de toezichthouder (als dit bijvoorbeeld een deel van het bestuur betreft) wellicht wat kunstmatig. Er kan dan volstaan worden om in de algehele verantwoording van het bestuurlijk functioneren een passage op te nemen, waarin expliciet op het interne toezicht ingegaan wordt.

Al een aantal jaar stelt VGS Advies een format beschikbaar voor het jaarverslag. Mede op basis van bovenstaande verplichtingen, zal er in de komende tijd een aangepaste versie van dit format beschikbaar gesteld worden. In dit format zullen een aantal handreikingen opgenomen worden, die behulpzaam zijn bij de verantwoording over het bestuurlijk functioneren en de code Goed bestuur.

L.P. (Leonard) Niewenhuijse BSc
T 0180-44 26 97
E l.niewenhuijse@vgs.nl