Toezichthouden: samen of alleen?
16 september 2010 |
governance, Goed bestuur, intern toezicht
In het artikel Reikwijdte van intern toezicht is ingegaan op de terreinen waar intern toezicht betrekking op heeft. Tevens is geconstateerd dat voor sommige schoolbesturen een goede invulling van intern toezicht niet eenvoudig is, gelet op de eisen die gesteld worden. Hoewel het meest wenselijk is dat toezicht daadwerkelijk intern vorm gegeven wordt – met name vanwege het gezamenlijke doel dat bestuur en toezicht hebben - kan het goed zijn om te verkennen in hoeverre samenwerking tussen toezichthouders mogelijk is en of toezicht ook gezamenlijk vormgegeven kan worden. In dit artikel wordt een korte schets gegeven van een aantal mogelijkheden van samenwerking.
Vooraf is het van belang om op te merken dat de daadwerkelijke vormgeving bepaald wordt door de mogelijkheden die in de bestuurlijke context aanwezig zijn. In de praktijk zien we voorbeelden waar een duidelijke meerwaarde gerealiseerd kan worden als twee scholen hun toezicht samen vormgeven. Sterke punten van beide scholen kunnen door inbreng van de toezichthouder onderling overgenomen worden, zodat een win-win situatie kan ontstaan. Daar tegenover zijn er ook voorbeelden dat een aanvankelijk enthousiasme om kan slaan in scepsis als bijvoorbeeld duidelijk wordt dat de kenmerken en belangen van de twee besturen te ver uit elkaar gaan lopen.
Het samenwerken als toezichthouder kan op twee manieren: de eerste optie is om het intern toezicht in te passen in de eigen organisatiestructuur. Vervolgens kunnen de toezichthouders participeren in netwerken om van elkaar te leren en ervaringen uit te wisselen. VGS zal hiervoor ook periodieke bijeenkomsten gaan beleggen, naar analogie van het platform in het voortgezet onderwijs.
De tweede mogelijkheid is om intern toezicht voor enkele besturen gezamenlijk te organiseren. In diverse overleggen is deze mogelijkheid verkend. Geconcludeerd is dat intern toezicht niet beperkt hoeft te worden tot het vormgeven van toezicht binnen de organisatie. Tegelijkertijd is geconcludeerd dat een externe toezichthouder (en dan echt extern, zoals bijvoorbeeld een nieuwe organisatie of een federatie) juridisch niet onmogelijk is, maar tegelijkertijd een grote inbreuk kan doen op de autonomie van de schoolbesturen, waarbij het gevaar bestaat dat er een soort meta-bestuur ontstaat.
Om deze reden is door de VGS verder gezocht naar alternatieven. Eén daarvan is het gebruik maken van personele unies. Een voorbeeld kan dit illustreren: twee besturen kiezen beiden voor een model waarin een commissie uit de ledenvergadering als toezichthouder gaat functioneren. De bemensing van deze commissie is voor beide besturen gelijk. De commissieleden hoeven geen lid te zijn van de vereniging, maar moeten wel passen binnen de vastgestelde profielen. De eindverantwoordelijkheid en eindbevoegdheid berust dan bij de afzonderlijke ledenvergaderingen, terwijl deskundigheid samen gebundeld wordt en wellicht een vorm van kruisbestuiving kan ontstaan. Dit model moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen, maar kan zeker voor kleine scholen het verkennen waard zijn.
Met deze constructie wordt afgeweken van de onafhankelijkheidsbepaling in de Code Goed bestuur van de PO-raad, maar dit is toegestaan middels de ‘pas toe of leg uit’-constructie
Samengevat zijn er binnen de standaardmodellen behoorlijk wat mogelijkheden om bestuur en toezicht een volwaardige plaats in de organisatie te geven, zodat beiden bijdragen aan het doel van de schoolorganisatie.
Kijk voor meer informatie in het dossier governance.
L.P. (Leonard) Niewenhuijse BSc
T 0180-44 26 97
E l.niewenhuijse@vgs.nl
