18 juli 2012 |
gemoedsbezwaard, Zwangerschap, IMBU, WAZO
Zoals bij velen inmiddels bekend verandert er het één en ander rond de vergoeding van zwangerschapsvervanging per het nieuwe schooljaar. Waar voorheen de WAZO-uitkering vanuit het UWV doorgestort werd (uitgezonderd de bij sommigen bekende DC-2 maas), zal dit vanaf 1 augustus niet meer het geval zijn. Declaratie bij het Vervangingsfonds vervalt, waar het houden van de WAZO-uitkering tegenover staat. WAZO staat hierbij voor Wet Arbeid en Zorg.
Op het oog verandert er dus niet zoveel. Of het nu links- of rechtsom binnen komt, geld is geld zult u denken. En toch is dit niet helemaal het geval. Om te beginnen kan in de huidige situatie de vervanging gedeclareerd worden, wat betekent dat de school zich nooit geconfronteerd ziet met meerkosten. Per 1 augustus worden niet meer de kosten van de vervanger vergoed, maar wordt een uitkering ontvangen voor de verlofgenietende persoon. In principe nog geen probleem natuurlijk, zolang maar vervangen wordt door iemand die ten minste even ‘duur’ maar liever nog ‘goedkoper’ is. In de praktijk waarschijnlijk een lastige opgave. Zwangerschappen zullen over het algemeen voorkomen onder het jongere deel van het personeelsbestand. Het gat dat ontstaat bij vervanging door een ouder/duurder iemand wordt niet gedekt. Logischerwijs valt dit in algemene zin niet uit te drukken in euro’s. Het is echter wel iets om rekening mee te houden.
Dan rest ook nog de vraag in hoeverre de WAZO-uitkering dekkend is voor de loonkosten van de afwezige. Hiervoor een rekenvoorbeeld:
Stel u hebt een personeelslid in LA-7 met een werktijdfactor van 0,8540. Haar loonkosten bedragen (inclusief werkgeverslasten) circa 3.580 euro per maand. De WAZO-uitkering die ontvangen wordt bedraagt per maand circa 2.400 euro. Dit betekent dat de uitkering slechts voor 67% dekkend is (voor de loonkosten van de persoon die vervangen wordt)*.
Laten we voor het gemak even aannemen dat de WAZO-uitkering over het algemeen voor 65% dekkend is. Dit betekent dat de overige 35% voor rekening van de school komt. Uitgaande van een zwangerschapsverlof van 16 weken (zeg 4 maanden), betekent dit in bovenstaand voorbeeld een kostenpost van ruim 4.700 euro. Voor een volle fte zou dit dus ruim 5.500 euro bedragen, waarbij nog verondersteld wordt dat de vervanging budget-neutraal geschied. Gezien de omvang van de bedragen duidelijk iets om rekening mee te houden bij het opstellen van de begroting, maar ook in het rapporteren aan het bestuur gedurende het jaar. Natuurlijk kan op voorhand niet gezegd worden hoeveel en wie er zwanger zullen worden, wel is het mogelijk om, bijvoorbeeld op basis van een historisch gemiddelde, een stelpost op te nemen voor deze kosten.
Een laatste vraag is natuurlijk: wat staat er tegenover deze lastenverzwaring? De uitkeringen vanuit het Vervangingsfonds zullen lager worden, waardoor dit gevolgen moet hebben voor de premie. Berichtgeving van het Vervangingsfonds wijst uit dat dit ook het geval is. Nog even de feiten op een rijtje:
|
|
Besturen regulier
|
|
Premie Vf verplicht
|
7,52 (was 8,81)
|
|
Premie Vf vrijwillig
|
7,48 (was 9,48)
|
|
Premie Pf
|
2,65 (was 2,37)
|