Archief

VGS Begroot. Doet u mee?

Op een gebruiksvriendelijke manier aan de hand van deugdelijke grondslagen een integrale schoolbegroting opstellen waarmee scenarioanalyse mogelijk is? Met de webapplicatie VGSBegroot.nl wordt dit realiteit.

Meer informatie

Inspectie gaat besturen controleren op vermogensposities

1 februari 2010

Op 26 januari jl. hebben beide staatssecretarissen van het Ministerie van OCW een brief naar de Tweede Kamer verzonden, waarin zij ingaan op de vermogensposities in het onderwijs. Dit mede naar aanleiding van de conclusies van de commissie Don.

In de brief wordt aangegeven dat, in navolging van een eerdere brief richting de Kamer, de Inspectie haar verruimde bevoegdheden om spaargedrag in het onderwijs tegen te gaan zal benutten door in 2010 en 2011 de vermogensposities van circa een kwart van de instellingen uit het PO en VO nader te onderzoeken. Hiertoe wordt overgegaan omdat uit een analyse van de financiële resultaten van 2008 gebleken is dat in dat jaar circa 55% van de PO- en 65% van de VO-instellingen een dusdanig vermogen hadden dat zij boven de signaleringsgrens van de commissie Don zaten.

Voor deze signaleringsgrens wordt gebruik gemaakt van het kengetal kapitalisatiefactor. Dit kengetal wordt door VGS Advies afgewezen, omdat het enkel kijkt naar hoe vermogend een bestuur is en niet naar wát zij met dat vermogen doet. Onze visie is dat voor signaleringsgrenzen het kengetal weerstandsvermogen nuttiger is, daar dit rekening houdt met de besteding van het vermogen (namelijk de gefinancierde investeringen). In een eerder artikel werd hier al op ingegaan. Uit dat artikel werd ook duidelijk dat circa 70% van de scholen binnen de VGS achterban boven de signaleringsgrenzen zit.

De commissie Don merkte zelf in haar rapport op:
“De commissie is van mening dat het hanteren van financiële kengetallen en signaleringsgrenzen daarvoor het bestuur kan helpen bij zijn financiële beleid. Bewust wordt gesproken van signaleringsgrenzen en niet van harde normen; dit om recht te doen aan de autonomie van de instellingen en aan de differentiatie van de feitelijke onderwijsprocessen. De uiteindelijke beoordeling van de financiële situatie en het financieel beleid van een onderwijsinstelling vergt een zorgvuldige bestudering van de jaarverslagen, meerjarige begroting en de risicoanalyse, in het licht van de actuele situatie en de specifieke kenmerken van de betreffende instelling en haar omgeving. Deze beoordeling moet dan ook eerst en vooral decentraal plaatsvinden in de betrokken verantwoordings- en toezichtorganen en in dialoog met de lokale stakeholders.” (pagina 7)

De commissie had dus niet de bedoeling dat het Ministerie haar conclusies en de gegeven normen zou gaan gebruiken voor een vorm van verticaal toezicht. Hiermee sloot de commissie Don aan bij het vigerende beleid van het Ministerie dat horizontale verantwoording een speerpunt was gezien de decentralisatie en autonomievergroting binnen het onderwijs. Dit aan horizontale verantwoording toegekende gewicht leidde er bijvoorbeeld toe dat er geen ontheffing voor de verplichte medezeggenschapsraad meer werd verleend aan besturen die hier principieel op tegen waren.

De nu ingezette lijn waarbij de Inspectie de besturen gaat bevragen op de financiële posities is juist een versterking van het verticale toezicht en lijkt hiermee een tegengestelde richting op te gaan. De vraag kan dus gesteld worden of dit niet een impliciete motie van wantrouwen is richting organen als de medezeggenschapsraad.

Wel geven de beide staatssecretarissen, in lijn met de conclusies en aanbevelingen van de commissie, aan dat de Inspectie bij haar beoordelingen maatwerk zal leveren en de specifieke bestuurskenmerken mee zal nemen in haar oordeel. Ook stellen zij dat in het najaar van 2012 zal worden geëvalueerd in hoeverre de huidige signaleringsgrenzen voldoen. Feitelijk ligt daarmee de bal bij de besturen: in hoeverre kunnen zij verklaren waarom zij het vermogen dat in de jaarrekening genoteerd staat aanhouden.

In principe heeft het eigen vermogen twee grote functies: een financieringsfunctie (voor het financieren van toekomstige investeringen) en een bufferfunctie (voor het dekken van financiële risico’s). Als VGS Advies raden wij de besturen daarom aan om proactief te handelen en middels een gedegen risicoanalyse (bufferfunctie) en een goede meerjarenbegroting (financieringsfunctie) duidelijk te maken waartoe het aangehouden vermogen dient.

Daarbij bent u als bestuurder of directeur/manager dus niet gebonden aan de richtlijnen van de commissie Don. Er geldt het principe: pas toe of leg uit. Als u een vermogenspositie wilt handhaven die u in staat stelt op een kwalitatieve manier uw onderwijs in te richten (want let wel: de signaleringsgrenzen zijn feitelijk zo krap, dat omvangrijke investeringen als bijvoorbeeld digiborden mogelijk al niet meer zouden kunnen wanneer u de grenzen strikt zou hanteren), dan moet u kunnen uitleggen hoe dat zijn weerslag heeft op het vermogen.

Op D.V. 17 maart hoopt VGS Advies een workshop Risicoanalyse te verzorgen, welke door deze brief onverwacht actueel wordt. Ook kunt u voor het opstellen van een uitgebreid risicoanalyserapport gebruik maken van de expertise van onze adviseurs. Hierover leest u binnenkort meer op onze site.

Drs. A. van Loon
T 0180-44 26 62 / 06-51 51 35 05
E a.vanloon@vgs.nl