Archief

VGS Begroot. Doet u mee?

Op een gebruiksvriendelijke manier aan de hand van deugdelijke grondslagen een integrale schoolbegroting opstellen waarmee scenarioanalyse mogelijk is? Met de webapplicatie VGSBegroot.nl wordt dit realiteit.

Meer informatie

Hoe nu verder met BAPO?

1 november 2010

Enkele jaren geleden stelde de Raad voor de Jaarverslaggeving dat, voortvloeiend uit de richtlijnen die op dat moment ook voor het onderwijs gingen gelden, onderwijsorganisaties verplicht voorzieningen moesten treffen voor de totale te verwachten bapo-lasten, verdisconteerd met diverse kansberekeningen. Op dat moment was binnen het onderwijs alleen een voorziening voor uitgestelde (dat wil zeggen niet opgenomen) bapo-rechten gebruikelijk, en deze was nog facultatief. Door de enorme verschuivingen op de balansposities binnen het onderwijs die dit besluit met zich mee zou brengen is dit destijds door het Ministerie tegengehouden. Enkele maanden geleden maakte het Ministerie bekend dat de bapo volledig buiten de sfeer van de voorzieningen moet worden gehouden. Dat dringt de vraag op: hoe dan nu verder met de lopende en komende bapo-verplichtingen?

Op het moment dat voorzieningen als optie afvallen blijft enkel het eigen vermogen als optie over. Binnen het eigen vermogen kan een bestemmingsreserve voor bapo-rechten worden getroffen. Het grote verschil tussen reserves en voorzieningen is echter dat het aanspreken van reserves via de exploitatie (staat van baten en lasten) loopt, waar voorzieningen, zijnde vreemd vermogen, weliswaar ten laste van de exploitatie worden getroffen maar buiten de exploitatie om worden aangesproken. Hiermee kunnen voorzieningen een nivellerend effect op de exploitatie hebben: ze voorkomen grote resultaatsverschillen.

Een voorbeeld hiervan is de voorziening groot onderhoud: deze wordt gevormd door jaarlijks een bepaald gemiddelde aan lasten te doteren, waarna de grote onderhoudsposten in één keer buiten het resultaat om van de voorziening worden afgeboekt. Zou deze voorziening er niet zijn, dan zou het resultaat jarenlang hoog zijn, waarna het opeens bij een grote renovatie sterk negatief uit zou slaan.

In die zin is het jammer dat de voorziening als optie voor de bapo is afgesloten. Bij voldoende schaalgrootte en onder normale omstandigheden zullen de kosten over de jaren redelijk gemiddeld uitvallen. In een dergelijke situatie kunnen deze kosten op basis van een meerjarig gemiddelde gewoon begroot worden en hoeven er geen bestemmingsreserves te worden ingericht. In de praktijk blijkt echter dat veel onderwijsorganisaties door verschillende oorzaken een grillig verloop van bapo-kosten kennen. Door schommelingen in het personeelsaanbod in het verleden of door grote groei in een bepaalde periode kunnen personeelsbezettingen zijn ontstaan waarin duidelijk sprake is van een onevenredige verdeling qua leeftijd. Zo maakten wij een school mee met een relatief hoge gemiddelde leeftijd, waarin uit een inventarisatie van de bapo-rechten bleek dat het totaal aan rechten steeg van 97.000 euro in 2010 tot 1.170.000 euro in 2020.

Besturen en directies doen er dus over het algemeen goed aan om de bapo-rechten van het huidige personeelsbestand op een meerjarige horizon te inventariseren. Of voor deze horizon 5 of 10 jaar genomen moet worden zal afhangen van schaalgrootte. Op basis van deze horizon kan een meerjarig gemiddelde aan rechtenopbouw worden vastgesteld dat elk jaar als minimaal resultaat door de organisatie behaald moet worden. Dat resultaat kan dan worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor de bapo. De kosten van opname van bapo kunnen aan deze reserve middels het resultaat in een latere periode worden onttrokken. Er kan dan aan de hand van de mutatie van de bapo-reserve elk jaar apart inzichtelijk worden gemaakt in welke mate het resultaat veroorzaakt wordt door bapo-rechten en of daarmee een eventueel geleden verlies gelegitimeerd is.

Ondanks dat op deze wijze eventuele winsten en verliezen goed onderbouwd kunnen worden richting Ministerie, personeel, ouders en andere belanghebbenden, kan het voor een gemiddelde leek een schimmig gebeuren blijven. Voor hem of haar blijft verlies immers verlies en winst winst, ongeacht hoe dit binnen het totaal van de vermogenspositie verdeeld wordt. Ook kengetallen kunnen door het sparen voor de toekomst flink vertekend worden. Dat nadeel zal echter gezien de keuze van het Ministerie als een gegeven moeten worden gezien.

Drs. A. (Arie) van Loon
T 0180-44 26 62 / 06-51 51 35 05
E a.vanloon@vgs.nl